Aken. Vrijdag 10 februari 2012. Verwachtingen heb je altijd. Bij een bezoek aan een internationaal krantenmuseum is dat niet anders.

De papieren boom (c) Laurent Van Brussel
Meegesleurd worden in de geschiedenis van hèt papieren medium bij uitstek. Het is eens wat anders. Of ook niet. Oprichter Oskar von Forckenbeck moest hetzelfde hebben gedacht. Het museum in de Pontstraße staat er in zijn huidige vorm nog maar sinds 1962.
In diezelfde straat, nummer 117, ontstond eveneens een ander machtig hulpmiddel der journalistiek. Julius Reuter richtte er een instituut op waarbij nieuws de wereld in gestuurd werd door middel van postduiven. Dat was in 1851. 161 jaar later is enige verbazing hier wel op zijn plaats.
De evolutie staat niet stil en ze laat zeker niet op zich wachten. Het gebouw laat niet in zijn hart kijken van buitenaf. Het is zoals een oude, verrimpelde dame die nog op stap gaat tot in de vroege uurtjes en enorm fris van geest is. Via touchpads, levensgrote beeldschermen en moderne instrumenten wordt je weg doorheen de mediahistoriek een stuk toegankelijker gemaakt.
Vooral bij het ingaan van de laatste infokamer werd het duidelijk. De papieren kamer. De krant als de opperspreekbuis. Verheven boven internet en iPad. De boom als symbool voor het medium. Onverwoestbaar. Niet te evenaren. De krant zal nooit verdwijnen. Ze is de wereld te dierbaar. Geschreven inkt heeft meer waarde dan toetsen. Een verhaal achter het verhaal. Oskar von Forckenbeck moest hetzelfde hebben gedacht. En hij had gelijk.

Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.