Alle Belgische schaatsers die een kans maken op de Olympische winterspelen in Sotchi trainen momenteel hoofdzakelijk in het buitenland. In België zijn er niet genoeg faciliteiten.
Vooral voor de langebaanschaatsers is er gebrek aan een goede ijsbaan. Er is in België slechts één 400 m-baan, en de kwaliteit ervan laat te wensen over.
“Dit ijs is veel te min. In Nederland of Canada zouden ze hier zelfs geen clubkampioenschap op organiseren”, zegt Wim De Deyne, Olympiër en Belgisch recordhouder op de 500m.
“Het is heel frustrerend om te zien hoe jongeren die 50 kilometer verder wonen over de Nederlandse grens alle kansen krijgen, terwijl wij hier verder ploeteren, of moeten verhuizen. Gelukkig is het voor shorttrackers en kunstschaatsers iets beter, maar ook voor hen is er nood aan een betere ijsbaan.”
Geen ijs, wel talent
Maar zelfs zonder ijsbaan doen de Belgische schaatsers het niet slecht. Kevin van der Perren was wereldtop in het kunstschaatsen, Wim De Deyne en Pieter Gysel deden het goed in de shorttrack, en sinds kort hebben we ook een nieuw langebaantalent: Bart Swings behaalde een tiende plaats op het EK-allround, na amper een jaar op het ijs.
Swings werd al drie keer wereldkampioen op skeelers, maar omdat dit geen Olympische sport is maakt hij de overstap naar de lange baan.
Naast Swings maakten ook Nele Armée en Ferre Spruyt de overstap van wieltjes naar schaatsen. Alledrie trainen ze in Nederland bij gesponsorde teams. “De trainingsmogelijkheden zijn hier ideaal, en hopelijk kunnen we dankzij goede prestaties zoals die van Bart op het EK straks ook in België meer sponsors vinden.” zegt Jelle Spruyt, de coach van Swings.
Ook het BOIC is optimistisch over skeeleraars die de overstap naar het ijs wagen. “Sinds de overstap van het klassieke rolschaatsen naar de skeelers doet België mee aan de wereldtop. We zijn dan ook heel blij dat deze atleten zich willen engageren voor een Olympische sport, die heel dicht aanleunt bij hun oorspronkelijke discipline”, aldus Eddy De Smedt van het BOIC.
“De kans dat we in België genoeg fondsen vinden om een topsportcentrum voor ijssporten aan te leggen, is voorlopig heel klein. We moedigen het skeeleren dus zeker aan, net zoals de stages in het buitenland.”



Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.