Vorige week bracht ik een bezoek aan het nagelnieuwe Parlamentarium in Brussel, het bezoekerscentrum voor het Europees Parlement. Eens te meer werd het me duidelijk wat een eensgezind Europa kan betekenen.
Natuurlijk roept het hypermoderne centrum –multimediaal, interactief, 3D mappen, 360 graden videoschermen- vragen op. Het is zelfs enigszins wraakroepend te noemen. Een prijskaartje van 21 miljoen euro, 6 miljoen euro meer dan initieel geraamd, in tijden van een uit de kluiten gewassen eurocrisis en algemene vertwijfeling over de toekomst en richting van de Europese Unie. Het is een open deur intrappen en de eurosceptici hebben zich als hongerige wolven op deze brok gegooid. Het Parlamentarium blijkt een broeihaard van propaganda en misleiding te zijn.
Natuurlijk gaan de bezielers in hun groots project, dat deels tot stand kwam om het Europese imago op te krikken, Europa enigszins verheerlijken maar nergens krijg je dat genre van kippenvel dat plaatsvervangende schaamte heet.
Of misschien ben ik gewoon één van die dwazen die nog steeds gelooft in Europa.
Want de realiteit is anders. Europa rukt op naar rechts. Nationalisme, populisme en/of het extreemrechtse gedachtegoed wordt in verschillende landen als oplossing van alle problemen naar voren geschoven. Europa krijgt de rol van zondebok toegeschoven. Wie ziet Europa nog als mogelijke oplossing voor al die problemen? De Grieken hebben gesjoemeld met staatspapier, het is waar. En nu wordt het solidaire Europa als bron van al het kwaad gezien. De Ware Finnen in Finland, de Partij voor de Vrijheid in Nederland, Fidesz in Hongarije, de Dansk Folkeparti in Denemarken, het Front National in Frankrijk, de N-VA in België,…Voorbeelden zijn legio.
Je zou denken dat Europa geleerd heeft uit de jaren ’30 en ’40. Er zijn parallellen. Hebben we het beginsel ‘ieder voor zich’ niet al eens gehanteerd? Lag Europa niet in gruizelementen in 1945?
Afgelopen zomer was oud-premier Guy Verhofstadt –huidig fractievoorzitter van de liberalen in het Europees Parlement en notoir eurofiel- te gast in het voortreffelijk VPRO programma Zomergasten. Verhofstadt verdedigde in zijn gekende stijl met verve de mogelijkheden van een eengemaakt Europa. Hij staafde zijn argumenten, zoals dat gebruikelijk is in Zomergasten, met verschillende fragmenten. Zo kregen we scènes te zien uit Hotel Rwanda en Novocento. Maar wat het meest bijbleef, was de toespraak van de voormalige Franse premier François ‘et alors’ Mitterand. Mitterand, die nooit verlegen zat om een gevleugelde uitspraak, besloot zijn discours met “Le nationalisme, c’est la guerre”. Alsjeblieft.
De Europese Droom en al haar eurofielen komen in nauwe schoentjes te staan. Maar hebben ze ooit een volwaardige kans gekregen? Halve maatregelen bieden geen oplossing. Net niet is nog altijd niet. Er dient wat te veranderen. De huidige mentaliteit, bijvoorbeeld. Of we evolueren echt naar, zoals een leerkracht van me, een man met verstand van zaken, placht te zeggen: “een bureaucratisch, dictatoriaal Europa van de banken”.
Kan je nog even op kauwen.

Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.